Informatie over het woord abfrieren (Duits → Esperanto: defrosti)

Uitspraak/ˈapfriːrən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) abfriere (ich) abfror
(du) abfrierst (du) abfrorst
(er) abfriert (er) abfror
(wir) abfrieren (wir) abfroren
(ihr) abfriert (ihr) abfrort
(sie) abfrieren (sie) abfroren
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) abfriere (ich) abfröre
(du) abfrierest (du) abfrörest
(er) abfriere (er) abfröre
(wir) abfrieren (wir) abfrören
(ihr) abfrieret (ihr) abfröret
(sie) abfrieren (sie) abfrören
Gebiedende wijs
(du) friere ab
(ihr) abfriert
abfrieren Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
abfrierend(haben) abgefroren

Vertalingen

Esperantodefrosti