Informatie over het woord verkünden (Duits → Esperanto: anonci)

Synoniemen: ankündigen, anzeigen, avisieren, melden, anmelden, bekanntmachen, ansagen, annoncieren, inserieren

Uitspraak/fɛrˈkʏndən/
Afbrekingver·kün·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) verkünde(ich) verkündete
(du) verkündest(du) verkündetest
(er) verkündet(er) verkündete
(wir) verkünden(wir) verkündeten
(ihr) verkündet(ihr) verkündetet
(sie) verkünden(sie) verkündeten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) verkünde(ich) verkündete
(du) verkündest(du) verkündetest
(er) verkünde(er) verkündete
(wir) verkünden(wir) verkündeten
(ihr) verkündet(ihr) verkündetet
(sie) verkünden(sie) verkündeten
Gebiedende wijs
(du) verkünde
(ihr) verkündet
verkünden Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verkündend(haben) verkünd

Voorbeelden van gebruik

US‐Präsident Trump will den von ihm verkündeten weltweiten 10‐Prozent‐Zoll auf Importe in die USA erneut erhöhen.

Vertalingen

Afrikaansaankondig
Catalaansanunciar
Deensavertere
Engelsannounce
Engels (Oudengels)abeodan; bodian
Esperantoanonci
Faeröersboða frá
Fransannoncer; introduire; publier
Grieksαγγέλω; αναγγέλλω; ανακοινώνω
Italiaansannunciare; annunziare; pubblicare
Latijnannuntiare
Maleisumum
Nederlandsannonceren; aankondigen
Papiamentsanunsía
Portugeesanunciar; noticiar; notificar
Roemeensanunța
Russischобъявлять
Saterfriesankännigje; anwiese; avisierje; mäldje; anmäldje; ferkundje
Spaansanunciar
Tsjechischohlásit; oznamovat; oznámit
Turkshaber vermek; ilan etmek
Westerlauwers Friesadvertearje; ferkundigje; oantsjinje
Zweedsanmäla; annonsera; bebåda; meddela