Informatie over het woord abtreten (Duits → Esperanto: eloficiĝi)

Uitspraak/ˈaptreːtən/
Afbrekingabtreten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) abtrete (ich) abtrat
(du) abtrittst (du) abtratst , abtratest
(er) abtritt (er) abtrat
(wir) abtreten (wir) abtraten
(ihr) abtreten (ihr) abtratet
(sie) abtreten (sie) abtraten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) abtrete (ich) abträte
(du) abtretest (du) abträtest
(er) abtrete (er) abträte
(wir) abtreten (wir) abträten
(ihr) abtretet (ihr) abträtet
(sie) abtreten (sie) abträten
Gebiedende wijs
(du) tritt ab
(ihr) abtreten
abtreten Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
abtretend(sein) abgetreten

Voorbeelden van gebruik

Lǐ Kèqiáng trat im März als chinesischer Ministerpräsident ab.

Vertalingen

Afrikaansbedank; die trekpas kry
Engelsresign
Esperantoeloficiĝi
Fransabdiquer
Nederlandsaftreden