Informasie oor die woord planen (Duits → Esperanto: plani)

Uitspraak/ˈplaːnən/
Afbrekingpla·nen
Woordsoortwerkwoord

Voorbeelde van gebruik

Finanzminister Lindner kann nicht wie geplant in dieser Woche nach China reisen.

Vertalinge

Afrikaansbeplan
Engelsplan; schedule
Esperantoplani
Finssuunnitella
Fransprojeter
Italiaansprogettare
Nederlandsontwerpen; plannen smeden; plannen
Poolsplanować
Portugeesprojectar
Roemeensintenționa; planifica