Informasie oor die woord grölen (Duits → Esperanto: kriegi)

Sinonieme: heulen, zetern, laut schreien, brüllen

Uitspraak/ˈɡrøːlən/
Woordsoortwerkwoord

Vertalinge

Engelsbawl; bellow
Engels (Ou Engels)bellan
Esperantokriegi; ŝriki
Fransclamer
Nederlandsblèren; brullen; bulderen; gillen; uitbrullen; misbaar maken
Papiamentsgrita
Portugeesberrar; urrar
Saterfrieshuulje; jauerje; bullerje
Spaansaullar