Informasie oor die woord frei (Duits → Esperanto: malkaŝe)

Sinonieme: offen, freimütig, unverhohlen

Uitspraak/fraɪ/
Woordsoortbywoord

Vertalinge

Afrikaansonomwonde
Engelsfrankly; openly; bluntly; candidly; explicitly; overtly; squarely; outright
Esperantomalkaŝe
Nederlandsopen en bloot; ronduit; rondweg; vrijuit; onverbloemd; onomwonden
Papiamentsabiertamente
Portugeesabertamente; sem rodeios
Turksaçıkça; alenen