Informasie oor die woord verkehren (Duits → Esperanto: vizitadi)

Sinonieme: frequentieren, Umgang haben mit, besuchen

Uitspraak/fɛrˈkeːrən/
Afbrekingver·keh·ren
Woordsoortwerkwoord

Vertalinge

Engelsfrequent; attend
Esperantovizitadi
Fransfréquenter; hanter
Katalaansfreqüentar; visitar regularment
Nederlandsbezoeken; over de vloer komen; frequenteren
Poolsodwiedzać; zwiedzać
Portugeesfreqüentar
Spaansfrecuentar