Informasie oor die woord abschließen (Duits → Esperanto: fini)

Sinonieme: beschließen, enden, beenden, endigen, beendigen, erledigen, vollenden, schließen, einstellen

Uitspraak/ˈapʃliːsən/
Woordsoortwerkwoord

Vertalinge

Afrikaansbeëindig
Deensfuldende
Engelsfinish
Esperantofini
Faroëesenda
Finslopetta
Franscesser; finir; terminer
Friesbesljochtsje; dien meitsje; ôfmeitsje; klear wêze mei
Italiaansfinire; terminare
Katalaansacabar; finir; terminar
Nederlandsafmaken; afsluiten; beëindigen; besluiten; uitmaken; voleindigen; een eind maken aan; eindigen; klaar zijn met; er een punt achter zetten
Papiamentsfinalisá; kaba; terminá
Poolskończyć
Portugeesacabar; encerrar; finalizar; terminar
Roemeenstermina
Saterfriesbesluute; eendje; be‐eendje; eendigje; oumoakje
Spaansacabar; terminar
Sweedsfullborda; ända
Thaiจบ; เสร็จ
Turksbitirmek