Informasie oor die woord gefallen (Duits → Esperanto: plaĉi)

Sinonieme: behagen, belieben

Uitspraak/ɡəˈfɑlən/
Woordsoortwerkwoord

Voorbeelde van gebruik

Es ist wichtig, daß du ihm gefällst.

Vertalinge

Afrikaansaanstaan
Deensbehage
Engelsplease; appeal to
Engels (Ou Engels)lician
Esperantoplaĉi
Faroëesdáma
Finsmiellyttää
Fransplaire
Friesnoaskje; sinnigje; befalle
Italiaanspiacere
Katalaansagradar; plaure
Nederlandsaanstaan; behagen; bevallen; zinnen; believen
Poolspodobać się
Portugeesagradar; aprazer
Saterfriesbeljoowje; gefaale; konvenierje
Spaansagradar; gustar
Sweedsbehaga
Tsjeggieslíbit se