Information du mot uitvoer (afrikaans → espéranto: fari)

Synonymes: doen, begaan, maak, pleeg, verrig

Parti du discoursverbe
Prononciation/ˈœɪ̯tfuːr/
Césureuit·voer

Conjugaison

PrésentPassé
uitvoer -
Participe présentParticipe passé
uitvoerendeuitgevoer

Exemples d’usage

Hierdie rykdom het egter gelei tot talle onwettige mynbou‐aktiwiteite, wat dikwels onder uiters gevaarlike toestande uitgevoer word.

Traductions

allemandmachen; tun; ausführen
anglaiscarry out; commit; perform
bas allemanddoon; maken; uutvoren
créole jamaïcaindu; mek
espérantofari
françaisfaire
frison occidentalmeitsje; dwaan
néerlandaismaken; plegen; uitvoeren; doen; bedrijven; begaan; uitrichten; verrichten; uithalen
norvégiengjøre
papiamentohasi
scotsdae