Informatie over het woord woon (Afrikaans → Esperanto: loĝi)

Synoniemen: bewoon, bly

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/vʊə̯n/
Afbrekingwoon

Vervoeging

Tegenwoordige tijdVerleden tijd
woon-
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
wonendegewoon

Voorbeelden van gebruik

Ons drinkwater is onbruikbaar, maar ons wat in Silobela woon, het geen ander water nie.
Hy het die afgelope 15 jaar in die huis gewoon.
Sedert 1968 het Marlene in Parys gewoon.

Vertalingen

Catalaanshabitar; residir
Deensbo
Duitshausen; wohnen; leben
Engelsdwell; live; stay
Engels (Oudengels)buan; wician; wunian
Esperantoloĝi
Faeröersbúgva; gista
Finsasua
Fransdemeurer; habiter; loger; vivre
IJslandsbúa
Italiaansabitare; dimorare; stare
Latijncolere; habitare
Luxemburgswunnen
Nederduitswoanen; wonnen
Nederlandshuizen; wonen; woonachtig zijn
Noorsbo
Papiamentsbiba
Poolsmieszkać
Portugeesestar hospedado; habitar; morar
Roemeenslocui
Russischжить; пожить
Saterfrieswoonje; huusje
Schotsdwall
Spaanshabitar
Srananlibi
Thaisอยู่; อาศัย; อาศัยอยู่
Tsjechischbydleti; bydliti; bydlet; bydlit; přebývat
Welsbyw
Westerlauwers Frieswenje
Zweedsbo; bygga