Informatie over het woord aanval (Afrikaans → Esperanto: ataki)

Synoniemen: takel, aanpak

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɑːnfɑl/
Afbrekingaan·val

Vervoeging

Tegenwoordige tijdVerleden tijd
aanval -
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanvallendeaangeval

Voorbeelden van gebruik

Die honde het hom aangeval.
Ek het eers gedink dit is dalk ’n luiperd wat iemand aanval, want daar is baie luiperds.

Vertalingen

Catalaansatacar
Deensangribe
Duitsanfallen; angreifen; ausfallen; befallen; überfallen; attackieren; losgehen auf; anfechten; in Angriff nehmen; sich machen an; sich hermachen über; den Kampf beginnen
Engelsassault; attack; assail; tackle; raid
Esperantoataki
Faeröersleypa á
Finshyökätä
Fransattaquer; assaillir
Hongaarstámad
Italiaansattaccare
Jamaicaans Creoolsatak
Latijnappugnare; oppugnare
Nederduitsanvatten
Nederlandsaanvallen; aanpakken; een aanval doen op; een aanval inzetten
Papiamentsataká
Portugeesabordar; acometer; agredir; assaltar; atacar
Russischатаковать; нападать
Saterfriesanfaale; angriepe; uutfaale; befaale; uurfaale
Spaansagredir; atacar
Thaisโจมตี
Turkssaldırmak
Westerlauwers Friesoanfalle
Zweedsanfalla