Informatie over het woord besoek (Afrikaans → Esperanto: viziti)

Synoniemen: ’n besoek aflê aan, kuier, kuier by

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈsuk/
Afbrekingbe·soek

Vervoeging

Tegenwoordige tijdVerleden tijd
besoek-
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
besoekendebesoek

Voorbeelden van gebruik

Die grootste handelsending tot nog toe, bestaande uit sowat 350 regerings‐ en sakeleiers, het Sjina vandeesweek onder leiding van president Jacob Zuma besoek.

Vertalingen

Catalaansvisitar
Deensbesøge
Duitsbesuchen; einen Besuch abstatten
Engelssee; visit
Engels (Oudengels)gretan
Esperantoviziti
Faeröersvitja
Finskäydä vieraissa
Fransvisiter; rendre une visite
Hongaarslátogat
Italiaansvisitare
Jiddischבאַזוכן
Maleiskunjungi; mengunjungi
Nederlandsafgaan; bezoeken; opzoeken; op visite komen bij; op visite komen; een bezoek afleggen aan
Noorsbesøke
Papiamentsbishitá
Portugeesfazer visita; fazer visitas; ir ver; visitar
Roemeensvizita
Russischпосетить; посещать
Saterfriesbesäike; n Besäik moakje
Schotsveesit
Spaansvisitar
Srananfisiti
Thaisเที่ยว; ไปเที่ยว; แวะ; เยี่ยม
Westerlauwers Friesbesykje