Informatie over het woord aanvoer (Afrikaans → Esperanto: komandi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɑːnfʊə̯r/
Afbrekingaan·voer

Vervoeging

Tegenwoordige tijdVerleden tijd
aanvoer -
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanvoerendeaangevoer

Vertalingen

Albaneeskomandoj
Catalaanscomandar
Duitsbefehlen; befehligen; gebieten; kommandieren; das Kommando haben über; steuern; beherrschen; in der Gewalt haben; Herr sein über
Engelscommand
Esperantokomandi
Nederlandsaanvoeren; bevelen; commanderen; het bevel voeren
Papiamentskomandá; manda
Roemeenscomanda; conduce
Saterfriesbefeele; gebjoode; kommandierje
Spaansacaudillar; mandar
Sranangi orda; komanderi
Westerlauwers Friesbefelje
Zweedsbefalla; kommendera