Informatie over het woord aansteek (Afrikaans → Esperanto: infekti)

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingaan·steek

Vervoeging

Tegenwoordige tijdVerleden tijd
aansteek -
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanstekendeaangesteek

Vertalingen

Catalaansinfectar
Deenssmitte
Duitsanstecken; infizieren; mitreißen; packen
Engelsinfect
Esperantoinfekti
Faeröerssmitta
Fransinfecter
Italiaansinfettare
Nederlandsaansteken; besmetten; infecteren; verpesten
Portugeesinfectar
Roemeensinfecta
Saterfriesbefaale; infizierje
Spaansinfectar
Tsjechischinfikovat; nakazit
Westerlauwers Friesynfektearje; oanstekke