Informasie oor die woord weier (Afrikaans → Esperanto: rifuzi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈvəɪ̯ər/
Afbrekingwei·er

Vervoeging

Teenwoordige tydVerlede tyd
weier-
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
weierendegeweier

Voorbeelde van gebruik

Die probleem het ’n oplossing, maar Amerika weier om dit toe te pas.

Vertalinge

Deensnægte; vægre sig
Duitsablehnen; abschlagen; ausschlagen; versagen; weigern; verweigern
Engelsrefuse; reject; decline; disallow
Esperantorifuzi; malakcepti
Faroëessýta; havna
Fransrefuser; rejeter; repousser
Friesôfkitse; ôfwize
Italiaansrifiutarsi
Jiddishאַפֿװאַרפֿן
Katalaansrefusar
Latynnegare
Maleismenolak
Nederlandsafkeuren; afwijzen; terugwijzen; vertikken; weigeren; het vertikken; afslaan
Noorsnekte
Papiamentsnenga
Portugeesindeferir; negar‐se a; recusar
Saterfriesouliene; ouslo; uutslo; ferseeke; fersichtje; wäigerje; Wäigerenge
Spaansrehusar
Srananmombi; weygri
Sweedsneka; vägra
Thaiปฎิเสธ
Yslandsneita