Informasie oor die woord aangrensend (Afrikaans → Esperanto: apuda)

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Afbrekingaan·gren·send

Verbuiging

Attributiewe vormaangrensende

Vertalinge

Duitsangrenzend; anstoßend; daneben befindlich; nebenan befindlich; Neben‐; nebenstehend
Engelsadjacent; adjoining; contiguous; abutting
Esperantoapuda
Fransadjacent
Friesneistlizzend
Hongaarsmelletti
Katalaansveí
Nederlandsaangrenzend; aanliggend; dichtbijgelegen; dichtbijzijnd; nabij; naastgelegen
Portugeesadjacente; apenso; contíguo; junto; próximo; vizinho
Saterfriesangränsjend; ansteetend
Spaansadyacente; contiguo; vecino