Nederlands–Oudengels woordenboek

Oudengelse vertaling van het Nederlandse woord aanbreken

Nederlands → Oudengels
Oudengels → Nederlands

NederlandsOudengels (indirect vertaald)Esperanto
info aanbreken
zelfstandig naamwoord
info fruma
zelfstandig naamwoord
info komenciĝo
zelfstandig naamwoord
info aanbreken
werkwoord
(opendoen; openen; openmaken; openstellen; openslaan)
info geopenian
werkwoord
;
info ontynan
werkwoord
info malfermi
werkwoord
info breken
werkwoord
(afbreken; dóórbreken; schenden; stukbreken; verbreken)
info brecan
werkwoord
info rompi
werkwoord
Woordenlijst
<< >