Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aankleden

Nederlands → Engels
Engels → Nederlands

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aankleden
werkwoord
info furnish
werkwoord
info mebli
werkwoord
info aankleden
werkwoord
(kleden)
info dress
werkwoord
info vesti
werkwoord
info zich aankleden
wederkerend werkwoord
info dress
wederkerend werkwoord
;
info get dressed
werkwoord
;
info dress oneself
wederkerend werkwoord
info vesti sin
onbekende woordsoort
info zich aankleden
wederkerend werkwoord
(toilet maken)
info dress
werkwoord
;
info get dressed
werkwoord
info vestiĝi
werkwoord
info aankleding
zelfstandig naamwoord
info furnishing
zelfstandig naamwoord
info meblaĵo
zelfstandig naamwoord
info aankleding
zelfstandig naamwoord
info furnishing
zelfstandig naamwoord
info ĉambroaranĝo
zelfstandig naamwoord
info kleden
werkwoord
(aankleden)
info attire
werkwoord
;
info clothe
werkwoord
;
info dress
werkwoord
info vesti
werkwoord
NederlandsEngels
aankledendress; dressing; flesh out; get up; robe
zich aankledendress; dress oneself; get dressed; get into one’s clothes
aankledingdressing; get‐up; make‐up; staging
kledenaccoutre; attire; be becoming; clothe; dress; dressing; enrobe; garb; get up; gown; invest; robe; tire; vesture
Woordenlijst
<< >