Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aanhangsel

Nederlands → Engels
Engels → Nederlands

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aanhangsel
zelfstandig naamwoord
info adjunct
zelfstandig naamwoord
;
info appurtenance
zelfstandig naamwoord
info akcesoraĵo
zelfstandig naamwoord
info aanhangsel
zelfstandig naamwoord
(appendix; bijlage; toevoeging)
info appendix
zelfstandig naamwoord
info aldono
zelfstandig naamwoord
info aanhangsel
zelfstandig naamwoord
(appendix)
info appendix
zelfstandig naamwoord
info apendico
zelfstandig naamwoord
info aanhangsel
zelfstandig naamwoord
info appendage
zelfstandig naamwoord
info alpendaĵo
zelfstandig naamwoord
info aanhangen
werkwoord
info attach
werkwoord
info alfiksiĝi
werkwoord
info aanhangen
werkwoord
(aankleven; kleven)
info adhere
werkwoord
info algluiĝi
werkwoord
info aanhangen
werkwoord
adhere to
info esti adepto de
onbekende woordsoort
NederlandsEngels
aanhangseladjunct; affix; annex; appendage; appendant; appendix; appurtenance; codicil; rider; tack; tag
aanhangenadhere; adhere to; cling; tag
Woordenlijst
<< >