Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aanhangen

Nederlands → Engels
Engels → Nederlands

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aanhangen
werkwoord
info attach
werkwoord
info alfiksiĝi
werkwoord
info aanhangen
werkwoord
(aankleven; kleven)
info adhere
werkwoord
info algluiĝi
werkwoord
info aanhangen
werkwoord
adhere to
info esti adepto de
onbekende woordsoort
info aanhanger
zelfstandig naamwoord
(volgeling)
info supporter
zelfstandig naamwoord
;
info follower
zelfstandig naamwoord
info ano
zelfstandig naamwoord
info aanhanger
zelfstandig naamwoord
(partijganger)
info supporter
zelfstandig naamwoord
info partiano
zelfstandig naamwoord
info aanhanger
zelfstandig naamwoord
(adept; volgeling)
info adherent
zelfstandig naamwoord
;
info follower
zelfstandig naamwoord
;
info acolyte
zelfstandig naamwoord
info adepto
zelfstandig naamwoord
info aanhanger
zelfstandig naamwoord
(aanhangwagen)
info trailer
zelfstandig naamwoord
info postveturilo
zelfstandig naamwoord
info aanhangig
bijvoeglijk naamwoord
info pending
bijvoeglijk naamwoord
info pritraktata
bijvoeglijk naamwoord
info aanhangsel
zelfstandig naamwoord
info adjunct
zelfstandig naamwoord
;
info appurtenance
zelfstandig naamwoord
info akcesoraĵo
zelfstandig naamwoord
info aanhangsel
zelfstandig naamwoord
(appendix; bijlage; toevoeging)
info appendix
zelfstandig naamwoord
info aldono
zelfstandig naamwoord
info aanhangsel
zelfstandig naamwoord
(appendix)
info appendix
zelfstandig naamwoord
info apendico
zelfstandig naamwoord
info aanhangsel
zelfstandig naamwoord
info appendage
zelfstandig naamwoord
info alpendaĵo
zelfstandig naamwoord
info aanhankelijk
bijvoeglijk naamwoord
(gehecht; toegenegen)
info affectionate
bijvoeglijk naamwoord
info sindona
bijvoeglijk naamwoord
info hangen
werkwoord
(ophangen; opknopen)
info hang
werkwoord
info pendigi
werkwoord
info hangen
werkwoord
info hang
werkwoord
;
info cling
werkwoord
info pendi
werkwoord
info hangen
werkwoord
(ophangen; opknopen)
info hang
werkwoord
;
info swing
werkwoord
info pendumi
werkwoord
NederlandsEngels
aanhangenadhere; adhere to; cling; tag
aanhangeracolyte; adherent; adherer; backer; follower; partisan; proponent; supporter; trail‐car; trailer; votary
aanhangseladjunct; affix; annex; appendage; appendant; appendix; appurtenance; codicil; rider; tack; tag
aanhankelijkaffectionate; attached; clinging; clingy
hangenbe suspended; cling; depend; hang; hanging; hover; loll; lounge; sag; sag down; sling; swing
Woordenlijst
<< >