Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aanbrenger

Nederlands → Engels
Engels → Nederlands

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aanbrenger
zelfstandig naamwoord
(aanklager; klikspaan; verklikker)
info informer
zelfstandig naamwoord
info denuncanto
zelfstandig naamwoord
info aanbrengen
werkwoord
(aandragen; brengen)
info bring
werkwoord
info alporti
werkwoord
info aanbrengen
werkwoord
(aangeven)
info denounce
werkwoord
info denunci
werkwoord
info aanbrengen
werkwoord
(overbrengen)
info give an account
werkwoord
;
info report
werkwoord
info raporti
werkwoord
info aanbrengen
werkwoord
(aanwerven; werven)
info recruit
werkwoord
info varbi
werkwoord
info aanbrengen
werkwoord
(aanpassen)
info fit
werkwoord
info adapti
werkwoord
info aanbrengen
werkwoord
(aandoen; opbrengen; opzetten)
info apply
werkwoord
info surmeti
werkwoord
NederlandsEngels
aanbrengercommon informer; denouncer; denunciator; informant; informer; talebearer; telltale
aanbrengenapply; bring; bring in; carry; delate; denounce; fit; fit on; fit up; fix; fix up; inform on; installation; introduce; let; make; place; put up; recruit; touch in; yield
Woordenlijst
<< >