Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord smooth‐faced

Engels → Nederlands

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info face
werkwoord
(address; confront; cope with)
info het hoofd bieden aan
werkwoord
;
info het hoofd bieden
werkwoord
info alfronti
onbekende woordsoort
info face
werkwoord
(confront)
info het hoofd bieden
werkwoord
info fronti
onbekende woordsoort
info face
zelfstandig naamwoord
(countenance; mug)
info gezicht
zelfstandig naamwoord
info vizaĝo
zelfstandig naamwoord
info face
zelfstandig naamwoord
(dial)
info wijzerplaat
zelfstandig naamwoord
info ciferplato
onbekende woordsoort
info face
zelfstandig naamwoord
info vlak
zelfstandig naamwoord
info faco
onbekende woordsoort
info face
zelfstandig naamwoord
(surface)
info oppervlakte
zelfstandig naamwoord
info supraĵo
onbekende woordsoort
info face
zelfstandig naamwoord
info vlak
zelfstandig naamwoord
info edro
onbekende woordsoort
info face
werkwoord
(back; coat; cover; lag; overlay; plate; protect; invest)
info bekleden
werkwoord
info tegi
onbekende woordsoort
info smooth
bijvoeglijk naamwoord
(even; flat; level)
info effen
bijvoeglijk naamwoord
;
info gelijk
bijvoeglijk naamwoord
;
info vlak
bijvoeglijk naamwoord
info ebena
onbekende woordsoort
info smooth
bijvoeglijk naamwoord
info effen
bijvoeglijk naamwoord
;
info gelijk
bijvoeglijk naamwoord
;
info glad
bijvoeglijk naamwoord
;
info vlot
bijvoeglijk naamwoord
info glata
onbekende woordsoort
info smooth
werkwoord
(flatten; make smooth)
info effenen
werkwoord
;
info gladmaken
werkwoord
;
info gladstrijken
werkwoord
info glatigi
onbekende woordsoort
info smooth
werkwoord
(even; flatten; level; roll)
info effenen
werkwoord
info ebenigi
onbekende woordsoort
EngelsNederlands
smooth‐facedbaardeloos; glad; met een gladgeschoren gezicht; met een uitgestreken gezicht
faceaangezicht; aanschijn; aanzien; afzetten; beeld; beeldzijde; bekleden; bergwand; blinderen; brutaliteit; confronteren; front; gekeerd zijn naar; gelaat; gezicht; het hoofd bieden; het hoofd bieden aan; in het gezicht zien; kant; komen te staan tegenover; liggen op; onbeschaamdheid; onder ogen zien; oppervlakte; platte kant; prestige; rotswand; snoetje; snuitje; staan tegenover; tegemoet treden; tegemoet zien; trotseren; uitmonsteren; vlak; voorkant; voorzijde; vóórkomen; wijzerplaat; zijde
smoothbewimpelen; bijschaven; doen bedaren; effen; effen maken; effenen; egaal; gelijk; gelijk maken; glad; glad maken; gladmaken; gladschaven; gladstrijken; overdreven vriendelijk; polijsten; rimpelloos; slijmerig; strijken; vlak; vleierig; vloeiend; vlot; zacht
Woordenlijst
<< >