Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord smoke‐screen

Engels → Nederlands

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info smoke‐screen
zelfstandig naamwoord
(diversion; red herring)
info afleidingsmaneuver
zelfstandig naamwoord
;
info afleidingsmanoeuvre
zelfstandig naamwoord
info deturna manovro
onbekende woordsoort
info smoke‐screen
zelfstandig naamwoord
info rookgordijn
zelfstandig naamwoord
;
info rookscherm
zelfstandig naamwoord
info fumkurteno
onbekende woordsoort
info screen
werkwoord
info afschermen
werkwoord
info ekranumi
onbekende woordsoort
info screen
zelfstandig naamwoord
info beeldscherm
zelfstandig naamwoord
info bildekrano
onbekende woordsoort
info screen
zelfstandig naamwoord
info scherm
zelfstandig naamwoord
;
info schut
zelfstandig naamwoord
info ekrano
onbekende woordsoort
info screen
zelfstandig naamwoord
(sieve; strainer)
info zeef
zelfstandig naamwoord
;
info zift
zelfstandig naamwoord
info kribrilo
onbekende woordsoort
info screen
werkwoord
(filter; strain)
info filteren
werkwoord
;
info filtreren
werkwoord
;
info zijgen
werkwoord
info filtri
onbekende woordsoort
info screen
werkwoord
(sieve; sift; strain)
info ziften
werkwoord
info kribri
onbekende woordsoort
info smoke
werkwoord
info roken
werkwoord
info fumi
onbekende woordsoort
info smoke
zelfstandig naamwoord
info damp
zelfstandig naamwoord
;
info rook
zelfstandig naamwoord
info fumo
zelfstandig naamwoord
info smoke
werkwoord
info roken
werkwoord
info fumaĵi
onbekende woordsoort
info smoke
zelfstandig naamwoord
(cigarette; whiff)
info sigaret
zelfstandig naamwoord
;
info rokertje
zelfstandig naamwoord
info cigaredo
zelfstandig naamwoord
EngelsNederlands
smoke‐screenafleidingsmaneuver; afleidingsmanoeuvre; rookgordijn; rookscherm
screenaan de tand voelen; afschermen; afschutten; afschutting; beeldscherm; beschermen; beschutten; beschutting; bioscoopscherm; dekken; dekking; doek; grove zeef; hek; hor; koorhek; maskering; maskéren; projectiescherm; raster; rooster; sauveren; scherm; schut; schutsel; screenen; verbergen; verfilmen; vertonen; voorruit; ziften
smokeberoken; damp; dampen; oproken; roken; rokertje; rook; sigaar; sigaret; smook; smoren; uitroken; walm; walmen
Woordenlijst
<< >