Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord smoke

Engels → Nederlands

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info smoke
werkwoord
info roken
werkwoord
info fumi
onbekende woordsoort
info smoke
zelfstandig naamwoord
info damp
zelfstandig naamwoord
;
info rook
zelfstandig naamwoord
info fumo
zelfstandig naamwoord
info smoke
werkwoord
info roken
werkwoord
info fumaĵi
onbekende woordsoort
info smoke
zelfstandig naamwoord
(cigarette; whiff)
info sigaret
zelfstandig naamwoord
;
info rokertje
zelfstandig naamwoord
info cigaredo
zelfstandig naamwoord
info earth smoke
zelfstandig naamwoord
(common fumitory; drug fumitory)
info gewone duivekervel
zelfstandig naamwoord
info kuraca fumario
onbekende woordsoort
smoke house
(smokery)
info rokerij
zelfstandig naamwoord
fumaĵejo
info tobacco smoke
zelfstandig naamwoord
info tabaksrook
zelfstandig naamwoord
info tabakfumo
onbekende woordsoort
info smokable
bijvoeglijk naamwoord
info rookbaar
bijvoeglijk naamwoord
info fumebla
onbekende woordsoort
info smoked
bijvoeglijk naamwoord
info gerookt
bijvoeglijk naamwoord
info fumaĵita
onbekende woordsoort
info smokeless
bijvoeglijk naamwoord
info rookvrij
bijvoeglijk naamwoord
info senfuma
onbekende woordsoort
info smoker
zelfstandig naamwoord
info roker
zelfstandig naamwoord
info fumanto
onbekende woordsoort
info smokery
zelfstandig naamwoord
(smoke house)
info rokerij
zelfstandig naamwoord
info fumaĵejo
onbekende woordsoort
info smoke‐screen
zelfstandig naamwoord
(diversion; red herring)
info afleidingsmaneuver
zelfstandig naamwoord
;
info afleidingsmanoeuvre
zelfstandig naamwoord
info deturna manovro
onbekende woordsoort
info smoke‐screen
zelfstandig naamwoord
info rookgordijn
zelfstandig naamwoord
;
info rookscherm
zelfstandig naamwoord
info fumkurteno
onbekende woordsoort
info smoking
zelfstandig naamwoord
info roken
zelfstandig naamwoord
info fumado
onbekende woordsoort
info smoky
bijvoeglijk naamwoord
info rokerig
bijvoeglijk naamwoord
info fuma
onbekende woordsoort
info smoky
bijvoeglijk naamwoord
info rokerig
bijvoeglijk naamwoord
info fumplena
onbekende woordsoort
info woodsmoke
zelfstandig naamwoord
info houtrook
zelfstandig naamwoord
info lignofumo
zelfstandig naamwoord
EngelsNederlands
smokeberoken; damp; dampen; oproken; roken; rokertje; rook; sigaar; sigaret; smook; smoren; uitroken; walm; walmen
column of smokerookkolom
earth smokegewone duivekervel
go up in smokein rook opgaan; op niets uitlopen
gunpowder smokekruitdamp
no smoke without firegeen rook zonder vuur
pall of smokerooksluier
put that in your pipe and smoke itdie kun je in je zak steken
smoke cloudrookwolk
smoke consumerrookverdrijver
smoke grenaderookgranaat
smoke houserokerij
smoke like a chimneyroken als een ketter
smoke outuitroken
smoke signalrooksignaal
there is no smoke without fireer is geen koe zo bont of er is wel een vlekje aan; geen rook zonder vuur; men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan
tobacco smoketabaksrook
chain‐smokekettingroken
smokablerookbaar
smokeblacklampzwart
smoke‐bombrookbom
smokedgerookt
smoke‐holerookgat
smokelessrookloos
smokerroker; rookcoupé
smoke‐screenafleidingsmaneuver; afleidingsmanoeuvre; rookgordijn; rookscherm
smokingroken; rokend; rokers‐; rook‐
smokyberookt; rokerig; rook‐; walmend; walmig
Woordenlijst
<< >