Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord smart‐ass

Engels → Nederlands

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info smart ass
zelfstandig naamwoord
(boor; rude fellow)
info vlegel
zelfstandig naamwoord
info impertinentulo
onbekende woordsoort
info ass
zelfstandig naamwoord
(burro; donkey)
info ezel
zelfstandig naamwoord
info azeno
onbekende woordsoort
info ass
zelfstandig naamwoord
(anus; arse)
info aars
zelfstandig naamwoord
;
info anus
zelfstandig naamwoord
;
info poeperd
zelfstandig naamwoord
info anuso
onbekende woordsoort
info ass
zelfstandig naamwoord
(clod; fool; nit; lackwit)
info ezel
zelfstandig naamwoord
info stultulo
onbekende woordsoort
info ass
bijvoeglijk naamwoord
(asinine; donkey)
info ezels‐
bijvoeglijk naamwoord
info azena
onbekende woordsoort
info ass
zelfstandig naamwoord
(arse; backside; behind; bottom; bum; butt; buttocks)
info bips
zelfstandig naamwoord
;
info derrière
zelfstandig naamwoord
;
info zitvlak
zelfstandig naamwoord
info pugo
onbekende woordsoort
info smart
bijvoeglijk naamwoord
(clever; crafty; cunning; sly; sneaky; wily; arrant)
info gewiekst
bijvoeglijk naamwoord
;
info slim
bijvoeglijk naamwoord
info ruza
onbekende woordsoort
info smart
bijvoeglijk naamwoord
(able; accomplished; ace; adept; adroit; apt; capable; handy; proficient; skilful; skilled; deft)
info bedreven
bijvoeglijk naamwoord
;
info behendig
bijvoeglijk naamwoord
;
info bekwaam
bijvoeglijk naamwoord
;
info handig
bijvoeglijk naamwoord
;
info vaardig
bijvoeglijk naamwoord
info lerta
onbekende woordsoort
info smart
bijvoeglijk naamwoord
(functional)
info doelmatig
bijvoeglijk naamwoord
info laŭcela
onbekende woordsoort
info smart
bijvoeglijk naamwoord
(apt; brainy; clever; intelligent; sagacious)
info knap
bijvoeglijk naamwoord
;
info snugger
bijvoeglijk naamwoord
info inteligenta
onbekende woordsoort
info smart
bijvoeglijk naamwoord
(fetching; perky; spruce)
info piekfijn
bijvoeglijk naamwoord
info pimpa
onbekende woordsoort
EngelsNederlands
smart‐asswijsneus
asseend; ezel; ezelskop; ezelsveulen; gat; hol; kont; lekker wijf; reet; stoot
smartaardig; bijdehand; elegant; ferm; fiks; flink; geestig; gevat; gevoelig; gewiekst; gis; goochem; keurig; kittig; knap; kwiek; net; piekfijn; pienter; pijn doen; schrander; sjiek; slim; snedig; snugger; steken; vlug; wakker; zeer doen
Woordenlijst
<< >