Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord small

Engels → Nederlands

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info small
bijvoeglijk naamwoord
(little; petit; petite; slim)
info klein
bijvoeglijk naamwoord
;
info luttel
bijvoeglijk naamwoord
;
info min
bijvoeglijk naamwoord
;
info gering
bijvoeglijk naamwoord
info malgranda
onbekende woordsoort
info small talk
zelfstandig naamwoord
(babble; chat; yak; yatter)
info gesnap
zelfstandig naamwoord
info babilado
onbekende woordsoort
info smallholding
zelfstandig naamwoord
info boerderijtje
zelfstandig naamwoord
info bieneto
onbekende woordsoort
info smallness
zelfstandig naamwoord
info kleinheid
zelfstandig naamwoord
info malgrandeco
onbekende woordsoort
EngelsNederlands
smallarmzalig; dun; gering; klein; kleingeestig; kleintje; kleinzielig; luttel; min; miniem; onbelangrijk; priegelig; weinig; zwak
feel smallzich klein voelen; zich kleintjes voelen; zich vernederd voelen
in a small wayin het klein; op kleine schaal
look smallbeteuterd kijken; er dom uitzien; er klein uitzien; op zijn neus kijken
run smallklein uitvallen; klein van stuk zijn
small armshandvuurwapens
small beerdun bier; niet belangrijk
small but goodklein maar fijn
small but pluckyklein maar dapper
small changekleingeld; wisselgeld
small frykatvis; klein grut; kriel; ondermaatse vis
small hourskleine uurtjes
small of the backkruis; lendestreek
small stockkleinvee
small talkgepraat over koetjes en kalfjes; gesnap
small wareskramerij
the small of the backde lendestreek
small‐holderkeuterboer; kleine boer
smallholdingkeuterboerderijtje
smallishvrij klein
smallnessgeringheid; kleinheid
smallskleine was; ondergoed
small‐scalekleinschalig
Woordenlijst
<< >