Engels–Nederlands woordenboek
English–Dutch dictionary

Nederlandse vertaling van het Engelse woord shop

Nederlands/Engels
Engels → Nederlands

EngelsNederlandsEsperanto
info shop
zelfstandig naamwoord
(
info boutique
zelfstandig naamwoord
;
info store
zelfstandig naamwoord
)
info winkel
zelfstandig naamwoord
info butiko
zelfstandig naamwoord
info shop
werkwoord
info boodschappen doen
werkwoord
;
info winkelen
werkwoord
info butikumi
werkwoord
info shop
zelfstandig naamwoord
(
info store
zelfstandig naamwoord
)
info zaak
zelfstandig naamwoord
info vendejo
zelfstandig naamwoord
info baker’s shop
zelfstandig naamwoord
info bakkerswinkel
zelfstandig naamwoord
info panbutiko
zelfstandig naamwoord
info barber’s shop
zelfstandig naamwoord
info barbierswinkel
zelfstandig naamwoord
info barbirejo
zelfstandig naamwoord
info butcher’s shop
zelfstandig naamwoord
info slagerij
zelfstandig naamwoord
;
info beenhouwerij
zelfstandig naamwoord
info buĉistbutiko
zelfstandig naamwoord
info chemist’s shop
zelfstandig naamwoord
(
info dispensary
zelfstandig naamwoord
)
info apotheek
zelfstandig naamwoord
info oficino
zelfstandig naamwoord
info pawnshop
zelfstandig naamwoord
info bank van lening
zelfstandig naamwoord
;
info lommerd
zelfstandig naamwoord
info lombardejo
zelfstandig naamwoord
info shop‐assistant
zelfstandig naamwoord
(
info assistant
zelfstandig naamwoord
;
info clerk
zelfstandig naamwoord
;
info teller
zelfstandig naamwoord
)
info winkelbediende
zelfstandig naamwoord
info komizo
zelfstandig naamwoord
info shopkeeper
zelfstandig naamwoord
info winkelier
zelfstandig naamwoord
info butikisto
zelfstandig naamwoord
info shoplifter
zelfstandig naamwoord
info winkeldief
zelfstandig naamwoord
info butikŝtelanto
zelfstandig naamwoord
info shoplifting
zelfstandig naamwoord
info winkeldiefstal
zelfstandig naamwoord
info butikŝtelado
zelfstandig naamwoord
info workshop
zelfstandig naamwoord
(
info atelier
zelfstandig naamwoord
;
info studio
zelfstandig naamwoord
;
info work‐room
zelfstandig naamwoord
)
info atelier
zelfstandig naamwoord
info ateliero
zelfstandig naamwoord
info workshop
zelfstandig naamwoord
info werkplaats
zelfstandig naamwoord
info metiejo
zelfstandig naamwoord
info workshop
zelfstandig naamwoord
info reparatie‐inrichting
zelfstandig naamwoord
info riparejo
zelfstandig naamwoord
info workshop
zelfstandig naamwoord
(
info studio
zelfstandig naamwoord
;
info workplace
zelfstandig naamwoord
)
info werkplaats
zelfstandig naamwoord
info laborejo
zelfstandig naamwoord
EngelsNederlands
shopatelier; boodschappen doen; verlinken; werkplaats; winkel; winkelen
shop!volk!
all over the shopde kluts kwijt; helemaal in de war; overal
antique shopantiekzaak
baker’s shopbakkerij; bakkerswinkel
barber’s shopkapperszaak
bedroom furniture shopbeddenwinkel
bookseller’s shopboekhandel
butcher’s shopbeenhouwerij; slagerij
chemist’s shopapotheek; drogisterij
china shopporseleinwinkel
closed shop<bedrijf dat alleen leden van bepaalde vakbonden in dienst neemt>
druggist’s shopdrogisterij
fancy‐goods shopgalanterieënwinkel
fashion shopmodewinkel
florist’s shopbloemenwinkel; bloemisterij
flower shopbloemenwinkel; bloemenzaak
fruiterer’s shopfruitwinkel
fruit shopfruitwinkel
grocer’s shopkruidenierswinkel
have come to the wrong shopaan het verkeerde adres zijn
keep shopop de winkel passen
lace shopkantwinkel
late‐night shopavondwinkel
liquor shopdrankwinkel
lock‐up shopdagwinkel
machine shopmachinewerkplaats
multiple shopgrootwinkelbedrijf
music shopmuziekwinkel
on the shop‐floorbinnen het bedrijf
open shop<bedrijf waar vakbondslidmaatschap voor werknemers niet verplicht is>
photography shopfotowinkel
set up shopeen bedrijf beginnen
shoe shopschoenwinkel
shop aroundrondshoppen
shop windowetalage
shut up shopde winkel sluiten; zijn zaken aan kant doen
talk shopover het vak praten
bucket‐shopgokkantoor; in goedkope vliegtickets gespecialiseerd reisagentschap
clothes‐shopkledingzaak
cook‐shopgaarkeuken
dolly‐shoplommerd
fitting‐shopbankwerkerij
gin‐shopdrankwinkel
hat‐shophoedenwinkel
pawnshopbank van lening; lommerd; pandjeshuis
shop‐assistantverkoopster; verkoper; winkelbediende; winkeljuffrouw
shop‐frontwinkelpui
shop‐girlwinkeljuffrouw; winkelmeisje
shopkeeperwinkelier
shoplifterwinkeldief
shopliftingwinkeldiefstal
shopmanmonteur; winkelbediende; winkelier
shoppingboodschappen; winkelbezoek; winkelen
shop‐soiled<verkleurd door te lang in de winkel liggen>
shop‐steward<vertegenwoordiger van de werknemers van een bedrijf>
shop‐walkerfiliaalhouder
shop‐worn<verkleurd door te lang in de winkel liggen>
sweat‐shopsweatshop
tea‐shoptheesalon
toyshopspeelgoedwinkel
tuck‐shopsnoepwinkel
window‐shopetalages kijken
workshopatelier

Vertaling is misschien ook mogelijk in de volgende andere talen:

<< >