Engels–Nederlands woordenboek
English–Dutch dictionary

Nederlandse vertaling van het Engelse woord craftsman

Nederlands/Engels
Engels → Nederlands

EngelsNederlandsEsperanto
info craftsman
zelfstandig naamwoord
(
info artisan
zelfstandig naamwoord
;
info tradesman
zelfstandig naamwoord
)
info handwerksman
zelfstandig naamwoord
info metiisto
zelfstandig naamwoord
info craft
zelfstandig naamwoord
(
info craftiness
zelfstandig naamwoord
;
info cunning
zelfstandig naamwoord
;
info guile
zelfstandig naamwoord
;
info malice
zelfstandig naamwoord
;
info maliciousness
zelfstandig naamwoord
)
info arglist
zelfstandig naamwoord
info malico
zelfstandig naamwoord
info craft
zelfstandig naamwoord
(
info handicraft
zelfstandig naamwoord
;
info occupation
zelfstandig naamwoord
;
info trade
zelfstandig naamwoord
)
info ambacht
zelfstandig naamwoord
;
info handwerk
zelfstandig naamwoord
;
info vak
zelfstandig naamwoord
info metio
zelfstandig naamwoord
info man
zelfstandig naamwoord
(
info bloke
zelfstandig naamwoord
;
info fellow
zelfstandig naamwoord
;
info guy
zelfstandig naamwoord
;
info male
zelfstandig naamwoord
)
info man
zelfstandig naamwoord
info viro
zelfstandig naamwoord
info man
werkwoord
info bemannen
werkwoord
info homekipi
werkwoord
info man
zelfstandig naamwoord
(
info human
zelfstandig naamwoord
;
info human being
zelfstandig naamwoord
)
info mens
zelfstandig naamwoord
info homo
zelfstandig naamwoord
info man
zelfstandig naamwoord
(
info human race
zelfstandig naamwoord
;
info mankind
zelfstandig naamwoord
)
info mensdom
zelfstandig naamwoord
;
info mensheid
zelfstandig naamwoord
info homaro
zelfstandig naamwoord
info man
zelfstandig naamwoord
(
info agent
zelfstandig naamwoord
;
info operative
zelfstandig naamwoord
)
info agent
zelfstandig naamwoord
;
info dealer
zelfstandig naamwoord
;
info vertegenwoordiger
zelfstandig naamwoord
info agento
zelfstandig naamwoord
EngelsNederlands
craftsmanhandwerksman; vakman
craftambacht; arglist; bedrog; gilde; handwerk; kunst; kunstgreep; kunstnijverheid; list; listigheid; sluwheid; vaartuig; vak
craftsmanshipbedrevenheid; handwerk; vakmanschap
manbediende; bemannen; bezetten; damschijf; knecht; man; mannelijk; mens; mindere; schaakstuk; schijf; student; stuk; werkman

Vertaling is misschien ook mogelijk in de volgende andere talen:

<< >