Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord abut

Engels → Nederlands

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info abut
werkwoord
(affect; touch; abut on)
info aankomen
werkwoord
;
info aanraken
werkwoord
;
info beroeren
werkwoord
;
info raken
werkwoord
;
info toucheren
werkwoord
info tuŝi
werkwoord
info abut on
werkwoord
(abut onto)
info grenzen aan
werkwoord
info limi al
onbekende woordsoort
info abut on
werkwoord
(abut; affect; touch)
info aankomen
werkwoord
;
info aanraken
werkwoord
;
info beroeren
werkwoord
;
info raken
werkwoord
;
info toucheren
werkwoord
info tuŝi
werkwoord
abut onto
(abut on to; abut to)
grenzen aanesti preskaŭ
abut onto
(abut on)
info grenzen aan
werkwoord
limi al
info abutting
werkwoord
(adjacent; adjoining; contiguous; local; nearby)
info aangrenzend
bijvoeglijk naamwoord
info apuda
bijvoeglijk naamwoord
info abutting
bijvoeglijk naamwoord
(adjacent; adjoining)
info aangrenzend
bijvoeglijk naamwoord
info limtuŝanta
bijvoeglijk naamwoord
info abutting
bijvoeglijk naamwoord
(adjacent; nearby; neighbouring; neighbourly)
info aangrenzend
bijvoeglijk naamwoord
info najbara
bijvoeglijk naamwoord
EngelsNederlands
abutgrenzen; palen
abut againstgrenzen tegen
abut ongrenzen aan
abut ontogrenzen aan
abutter<eigenaar van aangrenzend eigendom>
abuttingaangrenzend
Woordenlijst
<< >