Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord about‐face

Engels → Nederlands

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info about‐face
zelfstandig naamwoord
(alteration; change; conversion; shift; transformation)
info ommekeer
zelfstandig naamwoord
;
info ommezwaai
zelfstandig naamwoord
info ŝanĝo
zelfstandig naamwoord
info about
bijvoeglijk naamwoord
(abroad)
info in omloop
bijvoeglijk naamwoord
info cirkulanta
bijvoeglijk naamwoord
info about
voorzetsel
(after; concerning; for; of; on; over; regarding; upon; with; in; as to; into)
info aan
voorzetsel
;
info betreffende
voorzetsel
;
info in
persoonlijk voornaamwoord
;
info omtrent
voorzetsel
;
info over
voorzetsel
info pri
voorzetsel
info about
bijwoord
(approximately; around; some; roughly)
info circa
bijwoord
;
info grofweg
bijwoord
;
info ongeveer
bijwoord
;
info plusminus
bijwoord
;
info zowat
bijwoord
info proksimume
bijwoord
info about
bijwoord
(close; closely; near; nearby; nigh)
info dichtbij
bijwoord
;
info nabij
bijwoord
;
info vlakbij
bijwoord
info proksime
bijwoord
info about
voorzetsel
(close to; near; close by)
info omtrent
zelfstandig naamwoord
info proksime al
voorzetsel
info about
bijwoord
(around; about it)
info ongeveer
bijwoord
;
info rondom
bijwoord
info ĉirkaŭe
bijwoord
info about
bijwoord
(almost; just about; nearly; practically; virtually; close to)
info zowat
bijwoord
info preskaŭ
bijwoord
info about
bijwoord
(contiguously; nearby)
info daarnaast
bijwoord
;
info hiernaast
bijwoord
;
info in de nabijheid
bijwoord
;
info vlakbij
bijwoord
;
info dichtbij
bijwoord
info apude
bijwoord
info about
voorzetsel
(toward; around)
info om
voorzetsel
;
info omstreeks
voorzetsel
;
info aan
voorzetsel
;
info rondom
voorzetsel
info ĉirkaŭ
voorzetsel
info face
werkwoord
(address; confront; cope with)
info het hoofd bieden aan
werkwoord
;
info het hoofd bieden
werkwoord
info alfronti
werkwoord
info face
werkwoord
(confront)
info het hoofd bieden
werkwoord
info fronti
werkwoord
info face
zelfstandig naamwoord
(countenance; mug)
info gezicht
zelfstandig naamwoord
info vizaĝo
zelfstandig naamwoord
info face
zelfstandig naamwoord
(dial)
info wijzerplaat
zelfstandig naamwoord
info ciferplato
zelfstandig naamwoord
info face
zelfstandig naamwoord
info vlak
zelfstandig naamwoord
info faco
zelfstandig naamwoord
info face
zelfstandig naamwoord
(surface)
info oppervlakte
zelfstandig naamwoord
info supraĵo
zelfstandig naamwoord
info face
zelfstandig naamwoord
info vlak
zelfstandig naamwoord
info edro
zelfstandig naamwoord
info face
werkwoord
(back; coat; cover; lag; overlay; plate; protect; invest)
info bekleden
werkwoord
info tegi
werkwoord
EngelsNederlands
about‐faceommekeer; ommezwaai
aboutaan; betreffende; bij; circa; grofweg; in; in de buurt; in omloop; om; om ... heen; omheen; omstreeks; omtrent; onderhand; ongeveer; op het gebied van; over; pakweg; plusminus; rondom; ten naaste bij; zowat
faceaangezicht; aanschijn; aanzien; afzetten; beeld; beeldzijde; bekleden; bergwand; blinderen; brutaliteit; confronteren; front; gekeerd zijn naar; gelaat; gezicht; het hoofd bieden; het hoofd bieden aan; in het gezicht zien; kant; komen te staan tegenover; liggen op; onbeschaamdheid; onder ogen zien; oppervlakte; platte kant; prestige; rotswand; snoetje; snuitje; staan tegenover; tegemoet treden; tegemoet zien; trotseren; uitmonsteren; vlak; voorkant; voorzijde; vóórkomen; wijzerplaat; zijde
Woordenlijst
<< >