English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word pet

English → Dutch

EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
info pet
verb
(cherish; coddle; indulge; pamper)
;
info dorloti
verb
info pet
common noun
info troeteldier
common noun
info dorlotbesto
common noun
info pet
verb
(caress; chuck; fondle; snog; soothe; stroke)
info aaien
verb
;
info strelen
verb
info karesi
verb
EnglishDutch
petaanhalen; boze bui; geliefd; gezelschapsdier; huisdier; kroelen; kwade luim; liefkozen; lieveling; lievelings‐; lievelingsdier; schat; troetelen; vertroeteld; vertroetelen; vrijen met
pet animaltroeteldier
pet doglievelingshond
pet fooddierenvoedsel; dierenvoer
pet namekoosnaam; roepnaam; troetelnaam
pet shopdierenhandel; dierenwinkel
take petnijdig worden
take the petnijdig worden
pettingvrijen
Word list
<< >