English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word pest‐house

English → Dutch

EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
info pest‐house
common noun
info pesthuis
common noun
info pestejo
common noun
info house
common noun
info huis
common noun
info domo
common noun
info house
verb
(dwell; live; lodge; reside; stay)
info huizen
verb
;
info wonen
verb
info loĝi
verb
info house
verb
(accommodate)
onder dak brengen
info pest
common noun
(calamity; plague; scourge)
info plaag
common noun
info plago
common noun
EnglishDutch
pest‐housepesthuis
housebehuizing; binnenhalen; firma; house; huis; huisvesten; huisvesting verlenen; huizen; onder dak brengen; onderbrengen; schoolafdeling; schouwburgzaal; stallen; voorstelling; wonen; woning; zaal
pestkwelgeest; kwelling; last; lastpost; plaag; schadelijk dier; schadelijk gewas; schadelijk insect
Word list
<< >