Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word zit

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(spleet)
(poseren); ;
pass oneself off
pozi
🔗 José zat ook naar hem te kijken.
(wezen; zijn)
🔗 Zit er brandstof in de tank?

DutchEnglish
zitseat; sit
kleermakerszitcross‐legged position
spreidzitsplit
zittenbe inside; do; sit; be seated; set; do time; be