Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aanwezig

Dutch → English

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info aanwezig
adjective
(present; tegenwoordig)
info present
adjective
info ĉeestanta
unknown part of speech
(bijwonen)
info attend
verb
info ĉeesti
verb
info aanwezig zijn bij
verb
info attend
verb
;
info be present
verb
;
info witness
verb
info ĉeesti
verb
info aanwezigheid
common noun
(bijzijn; presentie; tegenwoordigheid)
info attendance
common noun
;
info presence
common noun
info ĉeesto
unknown part of speech
DutchEnglish
aanwezigattendant; available; existent; extant; forthcoming; in; present
aanwezig zijnattend; be in attendance; be in residence; be on hand
aanwezig zijn bijsit in on
de aanwezigenthose present
aanwezigheidattendance; availability; existence; presence
Word list
<< >