Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aanvaardbaar

Dutch → English

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info aanvaardbaar
adjective
(aannemelijk; acceptabel)
info acceptable
adjective
info akceptebla
adjective
(aanvangen; beginnen; beginnen aan; beginnen met)
info begin
verb
info komenci
unknown part of speech
(aannemen; accepteren; ingaan op; nemen; ontvangen)
info accept
verb
info akcepti
verb
info onaanvaardbaar
adjective
info unacceptable
adjective
info neakceptebla
adjective
info unacceptably
adverb
info neakcepteble
unknown part of speech
DutchEnglish
aanvaardbaaracceptable
aanvaardbaar vooracceptable to
aanvaardenaccede to; accept; accept of; assume; begin; buy; enter on; enter upon; set out on; take; take possession of; take up
onaanvaardbaarunacceptable
Word list
<< >