Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aansteker

Dutch → English

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info aansteker
common noun
info lighter
common noun
info fajrilo
common noun
info aansteken
unknown part of speech
(aanmaken; doen ontbranden; in brand steken; ontsteken; opsteken)
info kindle
verb
;
info light
verb
(ontsteken)
info light
verb
info eklumigi
verb
(besmetten; infecteren; verpesten)
info infect
verb
info infekti
verb
(besmetten; infecteren)
info contaminate
verb
(belichten; verlichten)
info light
verb
info lumigi
verb
info switch on
verb
;
info turn on
verb
info ŝalti
verb
DutchEnglish
aanstekerlighter
aanstekenbe catching; be infectious; broach; canker; infect; kindle; light; lighting; set abroach; set fire to; taint; tap
gasaanstekergas lighter
sigareaanstekercigar‐lighter
sigaretteaanstekercigarette‐lighter
Word list
<< >