Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aanstekelijk

Dutch → English

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info aanstekelijk
adjective
(besmettelijk)
info catching
adjective
;
info contagious
adjective
;
info infectious
adjective
info infekta
adjective
info aanstekelijk
adjective
(besmettelijk)
info catching
adjective
;
info contagious
adjective
;
info infectious
adjective
info kontaĝa
adjective
info aansteken
unknown part of speech
(aanmaken; doen ontbranden; in brand steken; ontsteken; opsteken)
info kindle
verb
;
info light
verb
(ontsteken)
info light
verb
info eklumigi
verb
(besmetten; infecteren; verpesten)
info infect
verb
info infekti
verb
(besmetten; infecteren)
info contaminate
verb
(belichten; verlichten)
info light
verb
info lumigi
verb
info switch on
verb
;
info turn on
verb
info ŝalti
verb
DutchEnglish
aanstekelijkcatching; contagious; contagiously; infectious; infective
aanstekelijkheidcontagion; contagiousness; infectiousness
aanstekenbe catching; be infectious; broach; canker; infect; kindle; light; lighting; set abroach; set fire to; taint; tap
Word list
<< >