Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aansprakelijk

Dutch → English

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info aansprakelijk
adjective
(verantwoordelijk)
info responsible
adjective
info responduma
adjective
info aansprakelijk
adjective
info accountable
adjective
;
info corresponding
adjective
;
info counterpart
adjective
info responda
adjective
info aansprakelijk stellen
verb
(verantwoordelijk stellen; ter verantwoording roepen)
info call on account
verb
;
info hold responsible
verb
info respondigi
verb
(aanklampen; toespreken)
info accost
verb
;
info address
verb
info alparoli
verb
break into
info depreni de
unknown part of speech
sue
info procesi kontraŭ
unknown part of speech
(aanbreken)
info break into
verb
info ekkonsumi
verb
DutchEnglish
aansprakelijkanswerable; liable; responsible
aansprakelijk stellen voorcharge with; hold responsible for
solidair aansprakelijkjointly and severally liable
zich aansprakelijk stellen vooraccept responsibility for
aansprekenaccost; address; appeal to; bespeak; break into; dip; draw upon; solicit; speak; speak to; talk to; tap
medeaansprakelijkjointly liable
Word list
<< >