Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aanbevelen

Dutch → English
English → Dutch

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info aanbevelen
verb
(recommanderen)
info recommend
verb
info rekomendi
verb
info aanbevelenswaard
adjective
(aanbevelenswaardig)
info recommendable
adjective
info rekomendinda
adjective
info aanbevelenswaardig
adjective
(aanbevelenswaard)
info recommendable
adjective
info rekomendinda
adjective
info bevelen
verb
(aanvoeren; commanderen)
info command
verb
;
info order
verb
info komandi
verb
info bevelen
verb
(gebieden; gelasten; verordenen; voorschrijven; bepalen; ordonneren)
info command
verb
;
info order
verb
;
info tell
verb
info ordoni
verb
DutchEnglish
aanbevelencommend; recommend
zich aanbevelenrecommend oneself
zich aanbevolen houden voorsolicit the favour of
aanbevelenswaardrecommendable
aanbevelenswaardigrecommendable
bevelenbid; charge; command; commend; decree; enjoin; ordain; order; tell
Word list
<< >