Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aan

Dutch → English
English → Dutch

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info aan
preposition
(over)
info above
preposition
;
info beyond
preposition
;
info over
preposition
;
info up
preposition
info super
preposition
info aan
preposition
(op)
info at
preposition
; in;
info on
preposition
;
info upon
preposition
info sur
preposition
info aan
preposition
(bij; op)
info at
preposition
;
info by
preposition
info ĉe
preposition
info aan
adjective
(aangestoken)
info on
adjective
info ŝaltita
adjective
info aan
preposition
info of
preposition
info da
preposition
info aan
preposition
(bij; naar; op; tegen; tot; voor)
info at
preposition
;
info to
preposition
info al
preposition
info aan
preposition
(bij; naast)
info at
preposition
;
info by
preposition
info apud
preposition
info aan
preposition
(door; van)
info by
preposition
;
info on
preposition
info de
preposition
info aan
preposition
(jegens; met; om; op; te; tot; voor)
info at
preposition
;
info by
preposition
;
info on
preposition
;
info upon
preposition
;
info to
preposition
info je
preposition
info aan
preposition
(betreffende; in; met; naar; omtrent; op; over; van; voor)
info about
preposition
;
info on
preposition
;
info upon
preposition
;
info in
preposition
info pri
preposition
info aan
preposition
(jegens; met; tegen; tegenover; voor)
info against
preposition
info kontraŭ
preposition
info aan
preposition
(door; met; om; van; voor)
info at
preposition
;
info in
preposition
info pro
preposition
info aan
preposition
(door; met; per)
info by
preposition
;
info on
preposition
info per
preposition
info aan
preposition
(om; omstreeks; rondom; tegen)
info about
preposition
info ĉirkaŭ
preposition
info aan
preposition
(binnen; in; op; per; te; van)
info in
preposition
;
info on
preposition
info en
preposition
info aan boord
adverb
info aboard
adverb
;
info on board
adverb
info surŝipe
adverb
info aan boord
adverb
info aboard
adverb
info enaviadile
adverb
info aan boord
adverb
info aboard
adverb
info surŝipen
unknown part of speech
info aan het werk
adjective
info working
adjective
info laboranta
adjective
info aan zijn
verb
(branden)
info be on fire
verb
;
info burn
verb
;
info sting
verb
info bruli
verb
info aan zijn
verb
(lichten; licht geven; schijnen)
info gleam
verb
;
info shine
verb
info lumi
verb
info tot aan
preposition
(tot; voor; naar; tot op)
info till
preposition
;
info up to
preposition
info ĝis
preposition
info aanbetalen
verb
make a down payment
info pagi la unuan parton
unknown part of speech
info aaneen
adverb
(bijeen; samen; tezamen; bij elkaar; saam)
info together
adverb
info kune
adverb
info aaneen
adverb
info at a stretch
adverb
;
info on end
adverb
;
info for … together
adverb
info seninterrompe
adverb
info aaneen
adverb
(achtereen)
info at a stretch
adverb
;
info on end
adverb
;
info for … together
adverb
info senhalte
adverb
info aanhebben
verb
(dragen; ophebben)
info wear
verb
info surhavi
verb
info aanhebben
verb
(dragen)
info wear
verb
info porti
verb
info aanlandig
adjective
info onshore
adjective
info allanda
adjective
info aanraden
verb
(adviseren; raden)
info advise
verb
;
info counsel
verb
info konsili
verb
info aanroepen
verb
(oproepen; praaien)
info call
verb
;
info hail
verb
;
info invoke
verb
info alvoki
verb
info aanroepen
verb
info invoke
verb
info alpreĝi
verb
info aanroeren
verb
(aanslaan)
info touch upon
verb
info ektuŝi
verb
info aanroeren
verb
info touch
verb
;
info touch upon
verb
info ekmencii
verb
info aanschellen
verb
(aanbellen; bellen; luiden; schellen)
info give a ring
verb
;
info ring the bell
verb
;
info toll
verb
info sonorigi
verb
info aantikken
verb
info finish
verb
info celtuŝi
verb
info aantikken
verb
tap at
info frapeti sur
unknown part of speech
info aanzeggen
verb
(aankondigen; bekendmaken; mededelen; verwittigen)
info announce
verb
;
info notify
verb
info sciigi
verb
info aanzuren
verb
(verzuren; zuren; zuur maken)
info acidify
verb
;
info sour
verb
info acidigi
verb
info achteraan
adverb
info behind
preposition
; in the rear
info je la fino
unknown part of speech
info achteraan
adverb
(achter; achterin; van achteren)
info behind
adverb
info malantaŭe
adverb
info eraan
pronominal adverb
on it
info al ĝi
unknown part of speech
info rechtaan
adverb
(rechtdoor; rechtuit)
straight ahead; straight along
info rekte antaŭen
unknown part of speech
DutchEnglish
aanabout; against; ajar; alight; at; by; in; in the way of; on; to; unto; upon
aan boordaboard; on board; on shipboard
aan de deurat the door
aan de muuron the wall
aan het werkbusy; on the job
aan iemands bedat somebody’s bed; by somebody’s bed
de boot is nog niet aanthe steamer is not in yet
de deur staat aanthe door is ajar
de school is al aanthe school has begun
deze regering blijft niet lang aanthis government will not remain in office for long
er is iets stuk aan de machinethere is something wrong with the machine
er is niets aanit is easy; it is very dull
er is niets van aanthere is not a word of truth in it
er is niet veel aanit is very dull
het is aan tussen henthey are as thick as thieves; they are very fond of each other
het is aan uit is for you; it is for you to play; it is up to you; it is your turn
het is aan u om teit is your duty to; it rests with you to
het licht is aanthe light is on
hij heeft een jas aanhe has a coat on
hij is aan het lezenhe is reading
rijk aanabundant in; pregnant with; prolific in; prolific of; rich in
tot aanas far as; till; unto; up to
aanbetalendeposit; make a down payment
aaneentogether
aanhebbenhave on; wear
aanjagensupercharge
aanlandigonshore
aanradenadvise; counsel; recommend; suggest
aanroepencall; call on; call upon; challenge; cry to; hail; hollo; invocate; invoke
aanroerentouch; touch upon
aanrommelenfiddle about; mess about; mess around; tinker about
aantikkenadd up; dab; dib; finish; knock; rap; tap; tip
aanvinkencheck
aanzeggenannounce; give notice of; notify; warn
achteraanat the back of; behind; in the rear; in the rearward
eraanattached to it; hanging on it; on it
rechtaanstraight on
waaraanon which; to which
Word list
<< >