prijzen
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) prijs(ik) prees1, prijsde2
(jij) prijst, prijs (jij)(jij) prees1, prijsde2
(u) prijst(u) prees1, prijsde2
(gij) prijst(gij) preest1, prijsdet2
(hij) prijst(hij) prees1, prijsde2
(wij) prijzen(wij) prezen1, prijsden2
(jullie) prijzen(jullie) prezen1, prijsden2
(zij) prijzen(zij) prezen1, prijsden2
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
prijzepreze1, prijsde2
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
prijsprijst
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
prijzend(e)(hebben) geprezen1, geprijsd2

1To praise

2To price