The conjugation of the verb mogen

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) mag(ik) mocht
(jij) mag(jij) mocht
(hij) mag(hij) mocht
(wij) mogen(wij) mochten
(gij) moogt(gij) mocht
(zij) mogen(zij) mochten
Aanvoegende wijs
(ik) moge
(jij) moge
(hij) moge
(wij) mogen
(gij) moget
(zij) mogen
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
mogend(e)(hebben) gemogen, gemoogd