The conjugation of the verb melken

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) melk(ik) molk, melkte
(jij) melkt; melk (jij)(jij) molk, melkte
(hij) melkt(hij) molk, melkte
(wij) melken(wij) molken, melkten
(gij) melkt(gij) molkt, melktet
(zij) melken(zij) molken, melkten
Aanvoegende wijs
(ik) melke
(jij) melke
(hij) melke
(wij) melken
(gij) melket
(zij) melken
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
melkmelkt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
melkend(e)(hebben) gemolken, gemelkt