The conjugation of the verb kwijten

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) kwijt(ik) kweet
(jij) kwijt(jij) kweet
(hij) kwijt(hij) kweet
(wij) kwijten(wij) kweten
(gij) kwijt(gij) kweet
(zij) kwijten(zij) kweten
Aanvoegende wijs
(ik) kwijte
(jij) kwijte
(hij) kwijte
(wij) kwijten
(gij) kwijtet
(zij) kwijten
Gebiedende wijs
kwijt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
kwijtend(e)(hebben) gekweten