Majstro Aplikaĵoj
Dutch
Numerals
Cardinal numbers
Ordinal numbers
Verbs
Regular verbs (I)
werken
zetten
Regular verbs (II)
warmen
wedden
Irregular verbs
bakken
baren
barsten
bederven
bedriegen
beginnen
bergen
bersten
bevelen
bezwijken
bidden
bieden
bijten
binden
blazen
blijken
blinken
braden
breken
brengen
brouwen
buigen
delven
denken
dragen
drijven
dringen
drinken
druipen
duiken
durven
dwingen
eten
fluiten
gaan
gelden
genezen
geven
gieten
glijden
glimmen
graven
grijpen
hangen
hebben
heffen
heten
hijsen
hoeven
houden
houwen
jagen
kerven
kiezen
kijken
kijven
klimmen
klinken
knijpen
komen
kopen
krijgen
krijsen
krijten
krimpen
kruipen
kunnen
kwijten
lachen
laden
laten
lezen
liegen
liggen
lijden
lijken
lopen
malen
melken
meten
mijden
moeten
mogen
nemen
nijgen
prijzen
raden
rijden
rijgen
rijten
rijzen
roepen
ruiken
scheiden
schelden
schenden
schenken
scheppen
scheren
schieten
schijnen
schijten
schrijven
schuilen
schuiven
slapen
slijpen
slijten
slinken
sluipen
sluiten
smelten
smijten
snijden
snuiten
snuiven
spannen
spijten
spinnen
splijten
spreken
springen
spruiten
spugen
spuiten
stelen
sterven
stijgen
stijven
stinken
stoten
strijden
strijken
stuiven
treden
treffen
trekken
vallen
vangen
varen
vechten
verdrieten
verdwijnen
vergeten
verkiezen
verliezen
verslinden
verzwelgen
verzwinden
vlechten
vinden
vliegen
vlieden
vlieten
vouwen
vreten
vragen
vriezen
vrijen
waaien
wassen
wegen
werpen
werven
weten
weven
wezen
wijken
wijten
wijzen
willen
winden
winnen
worden
wreken
wrijven
wringen
zeggen
zeiken
zenden
zijgen
zijn
zingen
zinken
zitten
zoeken
zouten
zuigen
zuipen
zullen
zweren
zwerven
zwellen
zwemmen
zwijgen
Home page
Contact
Simple translation dictionary
Advanced translation dictionary
Translation dictionary for mobile phones (XHTML-mobile)
Translation dictionary for mobile phones (WML)
External dictionaries
Rudimentary translation programme
Multilingual spell-checker
Multilingual hangman
A translation dictionary on your site
Country information
Language information
Numerals
Freeware
German/Saterland Frisian
Translation dictionary for Windows
Various external links
kunnen
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijd
Onvoltooid verleden tijd
(ik)
kan
(ik)
kon
(jij)
kan
, kunt;
kan
, kun (jij)
(jij)
kon
(u)
kan
, kunt
(u)
kon
(gij)
kan
, kunt
(gij)
kondt
(hij)
kan
(hij)
kon
(wij) kunnen
(wij)
konden
(jullie) kunnen
(jullie)
konden
(zij) kunnen
(zij)
konden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijd
Verleden tijd
kunne
konde
Deelwoorden
Tegenwoordig
Verleden
kunnend(e)
(hebben) gekund