The conjugation of the verb krimpen

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) krimp(ik) kromp
(jij) krimpt; krimp (jij)(jij) kromp
(hij) krimpt(hij) kromp
(wij) krimpen(wij) krompen
(gij) krimpt(gij) krompt
(zij) krimpen(zij) krompen
Aanvoegende wijs
(ik) krimpe
(jij) krimpe
(hij) krimpe
(wij) krimpen
(gij) krimpet
(zij) krimpen
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
krimpkrimpt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
krimpend(e)(zijn) gekrompen