The conjugation of the verb krijten

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) krijt(ik) kreet1, krijtte2
(jij) krijt(jij) kreet1, krijtte2
(hij) krijt(hij) kreet1, krijtte2
(wij) krijten(wij) kreten1, krijtten2
(gij) krijt(gij) kreet1, krijttet2
(zij) krijten(zij) kreten1, krijtten2
Aanvoegende wijs
(ik) krijte
(jij) krijte
(hij) krijte
(wij) krijten
(gij) krijtet
(zij) krijten
Gebiedende wijs
krijt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
krijtend(e)(hebben) gekreten