The conjugation of the verb krijgen

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) krijg(ik) kreeg
(jij) krijgt; krijg (jij)(jij) kreeg
(hij) krijgt(hij) kreeg
(wij) krijgen(wij) kregen
(gij) krijgt(gij) kreegt
(zij) krijgen(zij) kregen
Aanvoegende wijs
(ik) krijge
(jij) krijge
(hij) krijge
(wij) krijgen
(gij) krijget
(zij) krijgen
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
krijgkrijgt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
krijgend(e)(hebben) gekregen