krijgen
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) krijg(ik) kreeg
(jij) krijgt; krijg (jij)(jij) kreeg
(u) krijgt(u) kreeg
(gij) krijgt(gij) kreegt
(hij) krijgt(hij) kreeg
(wij) krijgen(wij) kregen
(jullie) krijgen(jullie) kregen
(zij) krijgen(zij) kregen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
krijgekrege
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
krijgkrijgt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
krijgend(e)(hebben) gekregen

Examples:

Kreegt ge des nachts in de fabriek wat te eten?

Kregen jullie veel vrijheid van de regisseur?

Plotseling krijgen we tot onze verrassing zicht op de Atlantische Oceaan.

Vlak na de installatie krijg ik een melding over systeembestanden.

Wettelijk zijn we daartoe verplicht omdat we een licentie gekregen hebben om lokale radio te maken.