The conjugation of the verb komen

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) kom(ik) kwam
(jij) komt; kom (jij)(jij) kwam
(hij) komt(hij) kwam
(wij) komen(wij) kwamen
(gij) koomt(gij) kwaamt
(zij) komen(zij) kwamen
Aanvoegende wijs
(ik) kome
(jij) kome
(hij) kome
(wij) komen
(gij) komet
(zij) komen
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
komkomt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
komend(e)(zijn) gekomen